De Faculteit Ruimtelijke Wetenschappen doet voor het ministerie van Economische zaken onderzoek naar breedbandinitiatieven in het buitengebied. Vorige week verscheen een tussenrapport. ECO-Oostermoer wordt hierin genoemd als één van de succesvolle initiatieven.

Samenvatting van het rapport:

Er zijn in 2016 veel positieve ontwikkelingen geweest rondom breedbandinitiatieven in het buitengebied. Met name de burgers zelf, regionale overheden, regionale kabelbedrijven, en externe financiers spelen een bepalende rol bij de voortgang van initiatieven, maar de rode draad in dit dossier is het belang van de lokale context: elke lokale situatie is uniek en kent haar eigen uitdagingen en beperkingen. De positieve ontwikkelingen zijn een grote stap voorwaarts in het aansluiten van delen van het platteland op de digitale snelweg, maar zullen niet leiden tot aansluiting van alle gebieden. Met name de sociaal en economisch zwakkere regio’s zullen op deze manier toch verstoken blijven van aansluiting. In algemene zin kunnen we stellen dat top-down en bottom-up krachten elkaar nodig hebben om toegang tot snel internet te realiseren. Iedere lokale context en ieder lokaal initiatief vraagt weer om een lokaal-specifieke aanpak; ieder nieuw initiatief heeft dan ook met name in het begin tijd nodig om hun aanpak in te richten naar de lokale behoeften en voorwaarden. Deze contextualisering vraagt om geduld, maar ook om een op maat gesneden benadering, van externe belanghebbenden, zoals overheden, marktpartijen en financiers. De huidige situatie met lokale initiatieven en regionaal beleid zorgt voor een groot aantal verschillende benaderingen, alle met hun eigen voor- en nadelen. Een voordeel van de huidige situatie is dat de lokale context tamelijk centraal staat; lokale actoren spelen immers een doorslaggevende rol bij de vraagbundeling. Een nadeel van de huidige situatie is dat sommige gebieden/gemeenschappen niet in staat zijn om (op korte termijn) een initiatief te ontwikkelen. Breedband in het buitengebied moet dan ook op de agenda blijven staan, om het momentum niet te verliezen. Er zijn immers nog veel inspanningen nodig, ook van overheden.

Volgens RUG-FRW zijn er voor de komende tijd twee belangrijke vraagstukken bij het wel of niet slagen van breedbandinitiatieven:

1) Hoe kunnen initiatiefnemers hun eigen doelen waarborgen in de onderhandelingen met overheden en marktpartijen (financiers, providers, etc.), om daarmee zeggen- en eigenaarschap te behouden?

2) Het schaalvraagstuk en de botsing tussen netwerklogica en bewonerslogica. Bewoners zijn het meest betrokken bij, en effectief in hun eigen, relatief kleinschalige woonomgeving. Netwerkefficiency is echter juist gediend bij een meer grootschalige aanpak. De kunst is om betrokkenen vanuit hun kerncompetenties te laten werken en waar nodig te ondersteunen.

 

Het volledige rapport en de kamerbrief van minister Kamp over dit onderzoek zijn te downloaden via https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2016/11/01/breedband-in-buitengebieden (rapport) en https://www.rijksoverheid.nl/binaries/rijksoverheid/documenten/kamerstukken/2016/12/16/kamerbrief-over-snel-internet-in-het-buitengebied/kamerbrief-over-snel-internet-in-het-buitengebied.pdf (kamerbrief)